Liempde
Liempde, voorheen onder meer Linden (1570), Lijemde (1644) en in de
volksmond Liemt (1841) geheten, heeft volgens overlevering zijn naam
ontleend aan klei- of leemachtige grond. Deze grondsoort wordt
vooral rond het stroomgebied van de Dommel gevonden. De sterk
meanderende Dommel overspoelde in het verleden jaarlijks de beemden
van het beekdal. Deze lagere, vaak leemrijke en drassige delen
blijken vanaf de 19e eeuw een uitstekende voedingsbodem
voor de populier. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat de
klompenindustrie in en rond Liempde er hoogtij vierde. Vele
veldnamen wijzen ook nog naar de lagere, drassige situatie. Namen
als D’aasdonk, Ooiendonk en Bleek verwijzen hier naar. De bosrijke
omgeving keert terug in namen als Laar, Gerlaar of Geelders.
Heerlijkheid
Vanaf 1232 is Liempde ‘Hertogsdorp’ binnen de Meierij van
’s-Hertogenbosch dat behoort tot het Kwartier van Peelland met als
hoofdplaats Rode (huidige Sint-Oedenrode). Liempde is daarmee een
zogeheten ressort van Rode maar heeft wel een eigen schepenbank. In
1391 schenkt Hertogin Johanna het dorp als een hoge Heerlijkheid aan
Ridder Willem van de Meeren van Boxtel met recht op rechtspraak en
aanstelling van schepenen. De banden met Peelland blijven bestaan.
Hertgangen
Het dorp is verdeeld in twee zogeheten hertgangen, de ene bestaande
uit Kasteren/Vrillikhoven/Looeind, de ander uit Berg/Hezelaar/Koestraat.
In 1787 ontwerpt de uit Boxtel afkomstige Hendrik Verhees het
Liempdse raadhuis dat wordt gebouwd op een door wegen gevormd
driehoekig plein tussen de buurtschappen. Dit raadhuis met
vanzelfsprekend diverse moderniseringen vormt nu nog het middelpunt
van het huidige dorpscentrum. De functie van raadhuis is per 1
januari 1996 vervallen toen de voormalige gemeenten Liempde en
Boxtel zijn opgeheven en opgegaan zijn in de nieuwe gemeente Boxtel.
Deze telt ruim 30.000 inwoners. Een kleine 5.000 daarvan wonen in
Liempde.
Aantrekkelijk landschap
In vroeger tijden was het rond Liempde erg drassig. Dat beperkte de
expansiemogelijkheden en mede hierdoor is zowel het landschap als
de dorpsindeling zo gaaf gebleven. Ingeklemd door enerzijds het
Dommeldal met, rond Kasteren, de karakteristieke stijlranden en de
zogeheten bolle akkers. En anderzijds de bosgebieden De Geelders en
De Scheeken en de met hoog archeologische waarde aangegeven
Hezelaarse en Vrillikhovense akkers. Zo zijn vele karakteristieke
dorpsgezichten bewaard gebleven en dringt het akkerland op diverse
plekken nog met fraaie doorkijkjes (Kapelstraat en Heuvelstraat) de
bebouwing binnen. Om Liempde voor de wandelaar meer zichtbaar te
maken is in 2007 een zogeheten Liempds’ ommetje gerealiseerd waarbij
over zandpaden en een heus voetpondje over de Dommel (aan de
Dommelsteeg) de natuurgenieter een alternatieve kijk wordt gegund op
het Liempdse landschap.
Tastbaar verleden
De tot heden in Liempde gevonden archeologische vondsten zijn op een
hand te tellen. Een drietal vuistbijlen (begin jaren ’50), een
mammoettand tijdens de ruilverkavelingwerken in De Scheeken (jaren
’50), enkele kuilgraven nabij de Sint Janskapel uit de Romeinse tijd
en in 2003 nog een Mercuriusbeeldje, eveneens uit de Romeinse tijd.
Aan de oevers van de Dommel op de hoek Kerkakkers/Pastoor
Dobbeleijnstraat liggen, onder de oppervlakte, de in 1982 tot
rijksmonument verheven resten van de voormalige Sint Janskapel. Voor
het eerst werd van deze kapel melding gemaakt in 1440. In 1603, toen
Liempde onder bisschop Masius van ’s-Hertogenbosch na lang
aandringen een zelfstandige parochie werd, werd deze kapel verheven
tot parochiekerk. Na de vrede van Munster in 1648, waarmee een einde
kwam aan de Tachtigjarige oorlog en de katholieke godsdienst werd
verboden, ging de kerk op slot en trad het verval in. In 1827 viel
het doek voor de eerste Liempdse parochiekerk en bleven slechts
restanten bewaard. In 2003, bij het 400-jarig bestaan van de
parochie, kreeg de vermoedelijke stichtingsplek van Liempde weer een
waardig aanzien. Met panelen en inpassing van de Oude Kerkhof in het
landschap is geprobeerd het verleden weer tastbaar te maken.
Een dergelijke actie staat ook op stapel rond het Toose Plein. Hier
lag tot de grote brand van 23 mei 1864 de zogeheten schuurkerk.
Inmiddels hebben inmetingen van de kadastrale situatie van 1832
plaatsgevonden en zal ook hier een stukje cultuurhistorie uit het
Liempdse verleden weer tot leven komen.
Rondenborgh
Tegen de zuidwest rand van de Vrillikhovense akkers in de Prangen
ligt een ronde akker. Deze akker is bijna cirkelvormig en kent de
naam Rondenborgh. Eerste vermeldingen dateren van 1432. Deze naam
kan zowel slaan op het perceel als op een ‘borg’ (hoevecomplex). Het
omgrachte perceel met een doorsnede van 75 meter steekt ongeveer 1
meter boven de omgeving uit. Het bestaat uit dekzandduin met een
vrij dun humusdek. De omgrachting wordt gevoed door de Blauwhoefse
loop en is oorspronkelijk zeker dieper en breder geweest. Alhoewel
tot op heden geen sporen van vroegere bewoning werden gevonden,
bestaat toch het vermoeden dat hier in de Middeleeuwen een wat
versterkt hoevecomplex lag. Een complex met als hoofdgebouw een
soort zware houten woontoren. Ook wel borg of borch genoemd.
Beschermde dorpsgezichten en Rijksmonumenten
Liempde kent vele Rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten,
beeldbepalende panden en beschermde dorpsgezichten. De omgeving van
het Raadhuisplein en de Kapelstraat zijn in de jaren ’80 van de
vorige eeuw aangewezen als beschermde dorpsgezichten. Het is daarom dat Liempde in Het Groene Woud bekend staat als een
dorp met een gaaf bewaarde dorpskern. Niet voor niets wordt Liempde
dan ook de te koesteren parel van Boxtel genoemd.
Met dank aan Stichting Kèk Liemt (www.liempde.info) .